banner Een tijd van ontkenning

Valse profeten en dwaalleraars: wie?

Onze apostel Johannes schrijft over valse profeten en dwaalleraars. Hij heeft daar zelfs een eigen woord voor gevormd. Het is afgeleid van antichristos (de satan als ontkenner van de Christus, de Zoon van God). Eén keer benoemt Johannes die dwaalleraren en valse profeten met het woord antichristen. Hij typeert ze daarmee als geïnspireerd door de grote geestelijke tegenstander van de Christus. Zij volgen niet meer de waarheid, maar worden propagandisten van de leugen, de ontkenning van de Zoon van God en zijn menswording.


Maar kan je dat zo wel zeggen? Want dan kom je al snel tot de conclusie dat dwaalleraars en valse profeten ook antichristen zijn. Het lijkt me dat je dan wel heel zware woorden gaat spreken aan het adres van broeders en zusters met ideeën die de toets van de Schrift beslist niet kunnen doorstaan en daarom moeten worden afgewezen, maar die duidelijk niet de intentie hebben om antichristelijk te zijn. Of te wel, alle antichristen zijn dwaalleraars, maar niet alle dwaalleraars zijn antichristen. Gaat u daarin mee, of hebt u daar een andere mening over?
1. Soms worden de woorden `dwaalleraars’ en `valse profeten’ ruimer gebruikt en niet uitsluitend als aanduiding voor hen die ontkennen dat Jezus de Christus is, de Zoon van God. In dat geval is het inderdaad juist dat niet alle door ons zo genoemde `dwaalleraars’ en `valse profeten’ ook meteen benoemd kunnen worden als `antichristen’.
2. Een andere punt is echter of het wel juist is om de woorden `dwaalleraars’ en `valse profeten’ te gebruiken voor `broeders en zusters met ideeën die de toets van de Schrift beslist niet kunnen doorstaan en daarom moeten worden afgewezen’. Wanneer broeders of zusters dom, onwijs, onordelijk of ondoordacht handelen zijn ze daarmee nog geen valse profeten geworden. En wanneer sommigen met hout, hooi of stro op het fundament bouwen in plaats van met goud, zilver en edelstenen, zijn het daarmee nog geen slopers geworden (1 Kor.3,10-23).

Afdrukken