Bartimeüs een van de twaalf kroongetuigen van het evangelie

Wanneer viel de satan als een bliksem uit de hemel? (n.a.v. Lucas 10,18 en Openbaring 12)

Vraag

In Lucas 10,18 lezen we dat onze Heiland de satan als een bliksem uit de hemel zag vallen. Wanneer was dat en wat betekent het? Heeft Openbaring 12 er ook mee te maken?

ANTWOORD

Tijdens zijn laatste reis naar Jeruzalem om daar te lijden, te sterven en naar de hemel te gaan, stuurde de Heiland 70 (of 72) leerlingen voor zich uit om de nabijheid van het hemelrijk te proclameren en in zijn naam zieken te genezen. We lezen dit in Lucas 10,1-16.

Toen ze terugkeerden waren ze opgetogen: zelfs de demonen hadden zich aan hen onderworpen in Jezus’ naam. In reactie daarop verklaarde de Heiland dat Hij de satan als een bliksem uit de hemel zag vallen. Deze nabijheid van de satan is dreigend en zou dodelijk kunnen zijn, maar Jezus bemoedigt zijn leerlingen: Hij geeft hun macht over alle kracht van de vijand, zodat ze schadevrij zullen blijven. Dit lezen we in Lucas 10,17-19.

Op dit moment bleek nog eens heel duidelijk dat de Heiland op aarde een kosmische strijd voerde tegen de machten van de satan, zijn verzoeker in de woestijn en de aanjager van alle demonen die op zijn pad kwamen in Israël. In deze strijd blijkt Jezus de overwinnaar: zieken worden genezen, demonen uitgedreven.

Blijkbaar is op aarde de eindstrijd begonnen tegen de satan, die daarom als een bliksem uit de hemel is gevallen. In deze strijd zijn wij zelf betrokken, maar zij speelt zich grotendeels af in een voor ons onzichtbaar gebied. Dat de satan reeds alle terrein heeft verloren in de hemel, is een grote bemoediging. Maar alleen wanneer wij dat feit   – zonder het te zien – op Jezus’ woord geloven!

Het is begrijpelijk dat we er meer van zouden willen weten. De vraag rijst hoe en wanneer die verwijdering van satan uit de hemel heeft plaatsgevonden. We hebben echter naast het woord van de Heiland in Lucas 10,18 geen andere bron hierover dan alleen nog Openbaring 12.

Daar lezen we over de vrouw en de draak. De vrouw zal het Kind baren, maar de draak vliegt (sterren meesleurend) op haar toe om haar kind te verslinden. Het Kind wordt echter weggerukt naar God en naar zijn troon. En de vrouw krijgt een vluchtplaats in de woestijn. Zie Openbaring 12,1-6.

Daarna lezen we over een poging van de draak om de hemel te bestormen waar het Kind nu is. Deze stormloop mislukt echter: er is geen plaats meer voor de draak in Gods hemel, dankzij Christus. Zie Openbaring 12,7-12.

Tenslotte lezen we opnieuw over de vrouw die naar de woestijn moet vluchten voor de draak die verbitterd is omdat hij op aarde is geworpen. Zie Openbaring 12,13-17.

Wanneer we Lucas 10,18 vergelijken met Openbaring 12, rijst de vraag wanneer de satan nu op de aarde is geworpen? Omstreeks de reis van de 70/72 leerlingen (Lc.10,18)? Of vlak voor de geboorte van het Kind (Op.12,3-7)? Of bij de hemelvaart (Op.12,7-9)?

Vaak is het antwoord (op grond van Op.12,7-9) dat de satan juist bij de hemelvaart zijn toegang tot de hemel kwijtraakte en op de aarde werd gegooid.

Het is in ieder geval duidelijk dat de draak na de hemelvaart tevergeefs probeert om de hemel nog weer binnen te dringen (Op.12,7-9). Had hij daar nog wel een plaats in de maanden en jaren daarvoor? Of was hij al uitgeworpen tijdens Jezus’ leven op aarde? Het is in ieder geval duidelijk dat hij reeds vóór de geboorte van de grote Verlosser op aarde neervalt als een bliksem om het Kind zo mogelijk te doden (bijv. door Herodes). Zie Openbaring 12,3-4.

Verder kan ons antwoord op de vraag wanneer de satan uit de hemel is gevallen, niet al te precies zijn. Het boek Openbaring is een visioen dat een geheel schildert zonder dat je precies de opeenvolging van alle onderdelen kunt aangeven. Zo lijkt het bijvoorbeeld in Openbaring 12,5 alsof het Kind direct na de geboorte werd weggerukt naar de hemel. Wij weten uit de evangeliën echter dat het Kind eerst als Man zijn werk op aarde heeft gedaan. Een visioen vat samen, maar is niet zo geschikt voor nauwkeurige dateringen.

Er is echter nog iets anders: de strijd in de hemelse gewesten is verder niet beschreven, zodat wij onvoldoende gegevens hebben om precieze uitspraken te doen. Waarom zou het neervallen van de satan iets van één moment zijn geweest? Is het niet mogelijk dat dit neervallen het geleidelijk resultaat is geweest van een strijd in de hemelse gewesten, juist rond de tijd van de uitzending van de 70/72? Ook daar in die onzichtbare wereld kunnen dingen tijd vragen. Of is het zo dat Satan door Jezus’ menswording werd gedwongen zijn strijdterrein te verplaatsen naar de aarde en dat hij door Jezus’ overwinning ook niet meer kon terugkeren in de hemel? Onze zekerheid over de nederlaag van de satan betekent nog niet dat wij het verloop van de strijd altijd heel precies kunnen dateren.

CONCLUSIE: Op grond van Lucas 10,18 is het te weinig wanneer we vanwege Openbaring 12 zouden zeggen dat de satan pas bij de hemelvaart uit de hemel is geworpen. We zouden wel kunnen zeggen dat door de hemelvaart de hemelpoort definitief voor hem gebarricadeerd is: hij kan niet terugkomen in de hemel! En dit dankzij de menswording van Gods Zoon en het werk dat Hij op aarde kwam volbrengen. Door Jezus’ geboorte in Betlehem werd de aarde het beslissende strijdterrein voor de satan: daar moest hij zijn Overwinnaar proberen te verzoeken en ten val te brengen. Toen hij die strijd op aarde verloor, was er geen mogelijkheid meer om de Redder nog tot in de hemel te achtervolgen. De ongehinderde hemelvaart van Jezus bezegelt dat de satan zijn toegang tot de hemel heeft moeten verliezen. De stuiptrekkingen van de verliezer treffen nu de gemeente van Christus in de woestijn (waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd).

Afdrukken