Maria van Betanië een van de twaalf kroongetuigen van het evangelie

Geboortegeschiedenis en verzoenend sterven

Bij het lezen van de evangeliën moeten we steeds letten op het (heils)historisch perspectief. We ontdekken dan dat de geboortegeschiedenis in het onderwijs van de Heiland geen rol speelde. Pas later komen die geschiedenissen naar voren en ze ondersteunen voor wie tot geloof kwamen het evangelie dat begon bij Johannes de Doper en dat de Verlosser als inhoud heeft. Roept dit niet meteen een andere vraag op? In de evangeliën lezen we ook maar weinig over het verzoenend karakter van Jezus’ lijden en sterven.

Vraag

Een vraag die me af en toe bezig houdt, is dat de Heiland in Zijn onderwijs niet of nauwelijks spreekt over zijn verzoenend lijden en sterven. Hij spreekt wel vaak over Zijn sterven maar dat Zijn sterven verzoening, betaling is voor onze schuld mis ik eigenlijk. Terwijl dat toch de kern is van het evangelie. Dat weten we vooral uit de brieven van Paulus en de andere apostelen. Bij evangelisatiegesprekken is me wel eens tegengeworpen dat sprake is van een “Paulinische verzoeningsleer”. Ik geloof daar niets van want b.v. de woorden van de Heiland bij de instelling van het Heilig Avondmaal in Mat 26:28 “....dit is Mijn bloed........dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden” zijn heel duidelijk. Maar ik zou wensen dat de Meester daar zelf meer over gesproken had. Kunt u daar iets over zeggen?

ANTWOORD

Deze vraag bepaalt ons van een andere kant bij hetzelfde (heils)historisch perspectief. Alleen wanneer we dat in rekening brengen, zien we zowel de geboortegeschiedenis als de prediking over de verzoening in het goede perspectief.

In de evangeliën lezen we vooral veel over het publieke optreden en leren van de Heiland. Daarin heeft het `moeten lijden’ niet of nauwelijks een plaats. Dat werd vooral uitgewerkt in het onderwijs aan de leerlingen (Mt.16,21-23): de scharen kwamen al niet toe aan de vernedering van Jezus (waaraan ze zich ergerden), laat staan dat ze toe kwamen aan het `moeten’ lijden. Zelfs bij de leerlingen was er verzet en onbegrip tegen het verzoeningsonderwijs. Dit onderwijs aan de leerlingen leidde echter wel tot het avondmaal waar de verzoeningsgedachte door Jezus heel duidelijk wordt uitgesproken en bevestigd. Aan dat besloten onderwijs over de verzoening vanuit de Schriften herinnert de Heiland na zijn opstanding (Lucas 24,44-49).

Wij krijgen dat besloten onderwijs van Jezus nu vooral te horen wanneer de apostelen aan het woord komen (Handelingen en de brieven). Veel beroep op de Schriften door die apostelen gaat terug op het onderwijs in wet en profeten dat Jezus hen al op aarde had gegeven. Zo komt het dat de `verzoeningsleer’ pas na de hemelvaart onbelemmerd naar voren komt. Maar het is wel de verzoeningsleer van de Heiland zelf, onderwezen aan eerst nog onwillige leerlingen en later door de Heilige Geest via diezelfde leerlingen overal gepredikt. De stromen van levend water bleven tijdens Jezus’ vernedering nog grotendeels ondergronds, maar ze kwamen aan de oppervlakte toen de Geest was gekomen over de apostelen (lees Johannes 7,37-39).

 

Afdrukken