Titus een van de twaalf kroongetuigen van het evangelie

Klinkt `wet’ niet negatief omdat in kerk en opvoeding vaak menselijke regels als goddelijke wet met dwang worden opgelegd?

In de drie bijlagen over het onderwerp `Hoe kunnen Gods wetten voor christenen goed zijn?’ (11.1 t/m 11.3) worden verschillende bezwaren besproken die men vanuit de bijbel aanvoert tegen de waarde van de wet in het Nieuwe Verbond (zoals dat de wet vervuld is, dat de Geest ons in de vrijheid stelt e.a.). Maar is het alleen een kwestie van Bijbelse visie of spelen ook heel andere factoren een rol bij een negatief denken over wet en regel?

Vraag

Bij vele kerkmensen zie je een sterke afkeer van regels, zede en recht. Maar dit zijn volgens mij meer regels die vanuit de 'kerk' zijn opgesteld, en niet zozeer een relatie hebben met de 10 geboden of wetten die door Christus zijn benoemd. Ik heb het gevoel dat hier twee zaken door elkaar worden gehaald. De wet zoals door God ons gegeven en de wetten/regels die de kerk bedacht heeft

ANTWOORD

Jammer genoeg is het waar dat vaak dingen door elkaar worden gehaald.
1. Dwars door allerlei gesprekken over de betekenis van Bijbelwoorden spelen ook heel menselijke gevoelens en ervaringen. Het is goed die te benoemen: we moeten proberen de kluwen te ontwarren. Wanneer het woord `wet’ bij christenen soms een negatief gevoel oproept, kan dat minstens drie heel verschillende oorzaken hebben. Het kan zijn dat men (al of niet terecht) hele negatieve herinneringen heeft aan een wettische opvoeding of aan een liefdeloze formele kerkelijke omgeving: uit reactie is men begrijpelijk allergisch geworden voor alles wat lijkt op regel of wet. Die allergie is geen norm, maar vraagt wel om liefde. Het kan in de tweede plaats ook zijn dat men (al of niet te goeder trouw) meent dat het Nieuwe Testament ons niet meer confronteert met de wet van God en van Christus. En het is in de derde plaats ook mogelijk dat we diepweg onze eigen vrijheid en autonomie willen handhaven. Bij elke discussie is het goed, aan zelfonderzoek te doen. Om de kluwen te ontwarren en alles zijn eigen plaats te geven, want alles verdient wel degelijk zijn eigen aandacht en soms meegevoel, soms bekering.

2. In de tweede plaats is het onderscheid tussen Gods wet en de menselijke regels soms ver te zoeken. Helpt het ons dan om de bijbel minimalistisch te lezen? Alleen wanneer het met zoveel woorden in de bijbel staat en met name in het Nieuwe Testament, dan zou het van belang zijn en al het andere zou dan waardeloos zijn, louter kerkelijke traditie, regeltjes waar je geen boodschap aan hebt. Een dergelijk minimalistisch (in feite juridisch/wettisch) lezen van de bijbel zou onjuist zijn. Bijbelse geboden zijn altijd wegwijzers: ze helpen je gelukkig verder dan de letters op het bord. En je moet ook meer doen dan stilstaan bij de wegwijzer: je mag biddend nadenken en wijsheid puren uit Gods wet. Als een boom die het water opzuigt en vruchten draagt.

Vrome ouders vinden wijsheid voor de opvoeding van hun kinderen wanneer zij zelf dicht bij de Here en zijn Woord leven: dan mogen ze voor hun kinderen wegwijzers worden, door Salomo aanbevolen aan de jeugd van alle tijden. In de wet staat niet voor niets: `Eer je vader en je moeder’.

Dit betekent niet dat aan ouders het gezag van God wordt toegekend. En wijze ouders weten heel goed het verschil tussen Gods gebod en de ouderlijke raadgeving. Ze mogen hun kinderen ook niet verbitteren door zich op te stellen als waren zij God zelf in plaats van menselijke ouders met de opdracht om de onderwijzing en de terechtwijzing van de Here door te geven (Efeziërs 6,4). Wanneer ze dat verschil tussen Gods gebod en de ouderlijke raadgeving goed laten uitkomen in de opvoeding, betekent dit niet dat kinderen alleen met het gebod hebben te maken en niet met de raadgeving. We zullen later ook moeten verantwoorden wat we met die raadgevingen hebben gedaan en waarom (Efeziërs 6,1-3).

Wat geldt voor ouders, geldt op een bepaalde manier ook voor gemeenten met oudsten die leiding geven en raad bieden. Hun woorden moeten zijn als de woorden van God (1 Petrus 4,11): dat nodigt hen tot voorzichtigheid en afhankelijkheid en sluit machtsvertoon uit. Anderzijds zal de gemeente ook moeten verantwoorden hoe ze zich heeft laten leiden door de oudsten of waarom niet.

En wanneer iets een `traditie’ is, is het daarmee niet afgedaan. De vraag is wat we met die tradities doen: goede tradities onderhouden als kostbare erfstukken of kortweg een Beeldenstorm houden.

3. Het volledige antwoord op de bovenstaande vraag is niet op papier te zetten: dat vraagt om liefde in het omgaan met elkaar, om luisteren naar het geheel van de heilige Schriften, om respect voor ouders en voorgangers. Ook dat hoort bij Gods goede wet!

Afdrukken