Bijbelstudie over Bijbelboek hebreeen

2. Omhoog kijken

 
DE HOGEPRIESTER IN DE HEMEL
2.1 De Hogepriester en het ritueel van Grote Verzoendag
2.2 De Hogepriester, Melchisedek en Psalm 110
 
2.1 Jezus’ werk als Hogepriester in het licht van de Grote Verzoendag
De schrijver tekent het werk van Christus aan de hand van het ritueel van Grote Verzoendag: Leviticus 16 (midden Pentateuch!). Twee dingen:
2.1.1 Goede vrijdag is dé Grote Verzoendag (13,9-14 mn 11-12)
2.1.2 Sinds hemelvaart is het élke dag grote verzoendag (9,11-12.24.28)
 
Denk terug aan dat gesprek tussen een jood en een christen in Jeruzalem: “Wat zoek je toch bij die christenen? Jullie hebben geen tempel en geen hogepriester. Voor jullie moet God wel ver weg lijken. Kom nou eens op de Grote Verzoendag: het tempelplein stampvol mensen. Wat een gedrang rond die twee bokken. De hogepriester in vol ornaat. Hij loopt met een prachtige schaal naar de tempel om voor onze zonden bloed te sprengen in het allerheiligste. Je ziet hem gaan en weer terugkomen. Zo dichtbij is God. Zo veilig is onze tempel. Wat heb jij gewonnen bij je geloof in de Gekruisigde die verdwenen is?” (ontleend aan een preek van prof. Van Bruggen over Heb.4,14-16).
De schrijver wil de Hebreeën bijbrengen: laat je als christen niet in de war brengen. Wij zijn nog rijker dan de Joden in de tempel al mochten zijn. Kijk niet met je ogen, maar met je oren en hart. Kijk omhoog!
 
2.1.1 Wat gebeurde er op die jaarlijkse grote verzoendag? Leviticus 16.  Alle regelingen in dit hoofdstuk worden voorafgegaan door de vermelding van twee sterfgevallen in 16,1. Denk aan de bordjes op onze electriciteitshuisjes met de tekst: Hoogspanning levensgevaarlijk. 16,2: niet zomaar naar binnen!
 
A Offeren. De hogepriester in linnen kleren slacht eerst een stier als reinigingsoffer voor zichzelf en zijn familie (3.6). Hoe zal hij anders iets ten goede voor Gods gemeente kunnen uitrichten? Daarna slacht hij van twee bokken de eerste bok voor de HEER. Het bloed van dat dier wordt opgevangen in een schaal. De andere bok, stuurt hij als zondenbok de woestijn in (7-10.20-22). Azazel = wegzending. De gemeente krijgt aanschouwelijk onderwijs: vergeving op grond van verzoening.
 
B De heilige ruimte achter het voorhangsel binnengaan. Niet zomaar (2), maar met een vuurbak houtskool (12) en twee handen reukwerk om met de wolk reukwerk de verzoeningsplaat aan het oog te onttrekken. Als hij dat niet doet, zal dat zijn dood betekenen (2.13).
 
C De verzoeningsrite voltrekken De hogepriester gaat met een schaal dierenbloed langs het gordijn het allerheiligste binnen, sprenkelt bloed op de verzoeningsplaat en op de grond ervoor ter verzoening van de zonden. Later nog een keer: 15. Hij bewerkt verzoening: ieder in het reine met God.
 
D Uit de heilige ruimte terugkomen. De hogepriester komt weer naar buiten. 
Het ritueel in vier trefwoorden: 1 offeren 2 binnengaan 3 verzoening bewerken 4 terugkomen. Samengevat: hoe kom je bij God? Via het brandofferaltaar, met bloed, naar het gordijn en dan vindt het wonder van verzoening plaats.
 
Bespreking van Heb 13,11-12 Goede Vrijdag
Jezus’ executieplaats ligt buiten de poort van Jeruzalem. Wat het evangelie haast terloops vertelt, krijgt in Heb 13,11-13 nadruk. Drie keer lezen we: buiten het kamp, buiten de poort. Dat is taal van Grote verzoendag, toegepast op Jezus.
 
De auteur van Heb 13,11 licht twee elementen eruit: Het bloed voor het reinigingsoffer wordt door de hogepriester het heiligdom binnengedragen; de kadavers van de offerdieren worden buiten het kamp verbrand. Lev.16,27: vlees, huid en ingewanden van stier en bok 1 worden buiten het kamp verbrand.
Bij andere offerplechtigheden werd vlees gegeten door priester en offeraar. Op Grote verzoendag juist niet: alles met huid en haar verbrand. Daaraan kleeft de zonde van een heel jaar van alle Israëlieten. En dan zit er maar één ding op: verbranden, het is te besmet. God zorgt voor verzoening. De gewone offers gelden de dagelijkse zonden. Grote Verzoendag geldt de wandaden van een heel jaar van de hele gemeente. Gevolg: de HEER weer rein tegemoet treden.
 
Daarom heeft ook Jezus buiten de stadspoort geleden, om met zijn eigen bloed het volk te heiligen. Golgota ligt buiten de stad. Als de stoet zich door de stadspoort naar de Galgenberg wringt, tekent God het patroon van Grote verzoendag in het leven van zijn Zoon. Buiten de stad gebannen als een gevloekte. Het Lam als zondebok uitgestoten, als besmet kadaver. Hij moet door het vuur van het brandofferaltaar heen. Naar de wet van Levit.16: door het vuur naar het gordijn.
Zo wordt Goede vrijdag dé Grote verzoendag. Geen stierenbloed of bokkenbloed, maar het bloed van Hogepriester Jezus. Hij offert eigen bloed op Golgota, buiten de poort. De Grote verzoendag moest elk jaar herhaald, maar nu is er verzoening, eens en voorgoed. Afgerekend met dat hele pakket schulden. Op weg naar Goede Vrijdag: de kern van het evangelie.
 
2.1.2 Grote verzoendag en Hemelvaartsdag (Heb 9)
De hemelvaart van Christus is een belangrijk heilsfeit in deze brief. Handelingen 1: God schuift een wolk tussen de omhoogkijkende leerlingen en de omhooggaande Meester. We horen van engelen wat er gebeurd is, maar we zien de intocht zelf niet. Die wolk levert aanvechting op voor het geloof: christenen hebben een Koning die onzichtbaar is.
We willen graag weten wat Jezus daar achter die wolken doet. Dat kan gelukkig. Hebreeën tekent de dienst van Christus als Hogepriester in de hemeltempel. De schrijver tekent de hemelvaart in termen van de Grote Verzoendag.
 
Na het offeren (trefwoord A) volgt nu trefwoord B: het heiligdom binnengaan, offerbloed bij Gods troon brengen. Hemelvaart: met het offer naar Vader!
Heb 9,7: één keer per jaar mag de hogepriester het allerheiligste betreden, nooit zonder offerbloed. 11-12 Christus overtreft Aäron op vele punten.
1: Hij gaat een volmaakte tent binnen, niet eentje die met handen gemaakt is. Niet in de tabernakel als kopie van de hemel, maar in de hemel zelf (12)!
2: niet met bloed van bokken en jonge stieren, maar met zijn eigen bloed!
3: Hij is voor eens en altijd het heiligdom binnengegaan. Aäron ging één keer per jaar, even naar binnen en weer naar buiten. Even later nog een keer naar binnen en weer naar buiten. Volgend jaar idem dito. Nu: voor eens en altijd.
Op Goede Vrijdag is alles volbracht. Wat rest Christus anders dan terug naar Vader, melden dat het werk klaar is. Mensenogen hebben dat moment niet kunnen zien. God schoof er een wolk voor om ons netvlies te beschermen tegen hemelse lichtsterkte. Wat hadden we het graag willen meemaken. Heb 9 geeft ons inzicht in wat zich daar afspeelde. Gods Zoon komt terug bij zijn Vader: hier is het bloed van mijn offer. Opdracht volbracht! Dat gebeurde achter de wolk!
 
De auteur bespreekt dit ook in 4,14: wij hebben een super-hogepriester; die niet de aardse voorhof is doorgegaan om binnen te gaan in het allerheiligste op aarde, maar die de hemelen is doorgegaan, voor ons onzichtbaar. Daar wonen de engelen. Daar is het zenuwcentrum voor wat op aarde gaat gebeuren. Daar komen wij niet binnen, ook de hogepriesters van Aäron niet. Maar Jezus, mens uit ons midden, gaat verticaal omhoog en gaat door die rijen van engelen in de hemel. Zij wijken opzij en zo ontstaat er een weg die omhoog voert naar de allerhoogste troon waar God zijn ontoegankelijk licht bewoont.
Een van de spannendste momenten van de wereldgeschiedenis. De poort naar de hemel is gesloten toen de mens uit het paradijs werd verjaagd. Wat zal er gebeuren nu een mens het waagt een voet in de hemel te zetten? Zullen de engelenlegers zich tegen hem keren? Zal Gods eigen stem Hem terugbliksemen? Zal Hij vaste voet aan de grond krijgen in de hemel?
De verrassing van Hemelvaartsdag is dat Jezus niet uit de hemel wordt gegooid, maar dat Hij toegelaten wordt en begroet door God de Vader! Zoon, kom binnen in de hemel. God ruimt een ereplaats voor Hem in. Hij is de hemelen doorgegaan (4,14); is eens en voor altijd het hemels heiligdom binnengegaan (9,12) en mag blijven!
 
Dat Hij mocht blijven komt omdat Hij niet zonder bloed binnenkwam. Daarmee komen we bij sleutelwoord C: verzoening bewerken. Christus brengt het offerbloed in de hemel. Hij bewerkt verzoening. Hij pleit voor ons bij God (24). Nog een punt waarin Christus Aäron overtreft. Die werd door zoveel wierookdampen omhuld dat hij de verzoeningsplaat niet kon zien. Christus treedt zonder wierookdampen voor Gods troon. Alle spanning op het hemelse net kan Hij aan.
 
Wanneer pleit Hij? Telkens als wij dit vragen. We bidden om vergeving, om hulp en zeggen erbij: om Jezus’ wil. Zodra wij zijn naam noemen, komt Hij in actie als hemels advocaat. Vader, zojuist krijg Ik het verzoek door van een van uw kinderen om vergeving. Ik ondersteun dat gebed, pleit voor hem/haar. Kijk, hier mijn handen en voeten, doorboord voor hem/haar, kijk, hier is het bloed van mijn offer. Op dit pleidooi van advocaat Christus vergeeft Vader.
Wonder! Uit dit onuitputtelijke fonds kunnen elke dag uitbetalingen worden gedaan. Heb 9 leert: sinds Hemelvaartsdag is het elke dag Grote verzoendag! Elke dag bezig om voor ons te pleiten. Hij bidt je door alle bedreigingen heen. Achter de wolken iets grandioos: de hemelse Advocaat neemt het voor je op. Wat een gebedssupport!
 
Trefwoord D: terugkomen. Aäron komt naar buiten, moet als zondig mens een bad nemen. Maar hij heeft resultaat: vrede tussen God en zijn gemeente. Alle onreinheden opgeruimd. Na verloop van tijd stapelen de zonden zich weer op. Overnieuw beginnen. Jaar in jaar uit.
Heb 9,28 Christus is eenmaal geofferd om de zonden van velen te dragen. Hij mocht gaan zitten rechts naast Vader om te pleiten. Steeds weer het bloed Vader onder ogen brengen om onze gebeden kracht bij te zetten. Hij blijft binnen.
Eén afsluitende daad volgt nog: voor een tweede maal verschijnen om te redden wie Hem verwachten. Er staat een gemeente te wachten op de Hogepriester.
Dan gaat het niet meer om de zonde. Nog een punt waarin Christus Aäron overtreft. Die kwam uit de tabernakel terug met zonde. Christus komt terug zonder zonde.
We wachten tot het moment dat de wolk zal wijken. Wat brengt de hogepriester mee als Hij uit het heiligdom komt? Aäron bracht vrede mee. Als Christus uit de hemel in de glorie van de Vader te voorschijn komt, wat brengt Hij mee? Vrede voor altijd, samen leven en wonen met Christus bij Vader.
 
2.2 Jezus’ taak als hogepriester in het licht van Psalm 110
 
De auteur werkt veel met psalm 110. Ook van die kant krijgen we zicht op het werk van de Hogepriester. Waar komen we psalm 110 tegen?
a. in 1,3: Gods Zoon krijgt in de hemel de ereplaats aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit. Rechts van de Gastheer; troongenoot en vertrouweling.
b. in 1,13 Zoon superieur boven de engelen. Zetelt rechts van God op uitnodiging van de Vader. Dit markeert de koninklijke regeertaak. De Regent jaagt achter vijanden aan om die volledig te onderwerpen (voetbank).
c. in 2,17: Voor het eerst de titel ‘hogepriester’ voor Jezus. De auteur is de eerste en enige auteur NT die de titel hogepriester geeft aan de Zoon. Paulus spreekt in
Rom 8,34 wel over voorbidden en 1 Joh 2,1 over pleitbezorger, maar de stap om daaraan de titel ‘hogepriester’ te verbinden doet de auteur van Heb.
d. in 3,1: de hogepriester;
e. 4,14: wij hebben een super hogepriester! Die de hemelen is doorgegaan.
4,15 barmhartige hogepriester. Ondanks hoge positie toch invoelingsvermogen. Ervaringsdeskundige in verzoekingen.
4,16 doeltreffende hulp. We mogen naderen: vakterm van hogepriester toegepast op hele gemeente. Recht van toegang, in geloof en gebed.
f. 5,1-10 Het optreden en de aanstelling van de hogepriester. Straks meer.
g. 6,20 kondigt thema aan: Chr heeft een vaste positie, voor altijd hogepriester.
h. Heb 7 samengevat in 8,1. Straks meer.
 
De auteur ziet psalm 110 vervuld in Jezus. Waar heeft hij dat geleerd?
Jezus heeft Psalm 110 nadrukkelijk op zichzelf betrokken (Mt.22,41-45; 26,64). Deze psalm is door de vroeg-christelijke gemeente dan ook op Jezus toegepast. Ps.110,1 de meest aangehaalde OT tekst in NT. Kerk heeft dit geleerd van de operatie waarbij Jezus het verstand van zijn leerlingen ontvankelijk maakt voor het begrijpen van de Schriften (Lc.24,44-45). Psalm 110 heeft een opening naar de toekomst. 1,13: die open plek in Christus vervuld. De Heer spreekt tot mijn Heer, de Vader tot de Zoon!
 
Bespreking van Heb 5,5-6.9-10
Vergelijking tussen de hogepriester 5,1-4 en Christus hogepriester 5,5-10. De profielschets concentreert zich op drie punten: een hogepriester moet mens zijn om ten gunste van mensen te kunnen dienen; moet ook zelf offers brengen en dient door God geroepen te zijn.
 
5,1-4 optreden en aanstelling van de hogepriester
5,1 Hp kan alleen als mens de belangen van mensen bij God behartigen.
5,2 hp heeft inlevingsvermogen met zondaars vanuit eigen ervaring
5,3 hp is als zwak mens ook zelf van genade afhankelijk
5,4 hp word je door wettige roeping; attitude van nederigheid
 
5,5-6 aanstelling en optreden van hp Christus
5,5 Ook Christus is geroepen en wel door God die Ps.2 en 110 uitsprak
5,6 Aanhaling van Ps.110,4 aanstelling tot eeuwige priester.
Christenen van de 1e eeuw pasten 110,1 op Jezus toe, maar deze auteur nu ook 110,4 en dat is nieuw! (Voor ons gesneden koek via HC 12). De auteur trekt, gestuurd door de Geest, de conclusie: als voorrecht 1 zitten aan Gods rechterhand vervuld is door Jezus, dan ook voorrecht 2: eeuwig priester zijn. Eeuwig: dit tilt priesterschap a la Melchisedek uit boven priesterschap a la Aäron.
Melchisedek: de eigennaam van de koning van Salem klinkt in de oren van inwoners van Jeruzalem! Dat moet die eerste keer wel als een bom zijn ingeslagen. Ps 110 tast naar een toekomst waarin koningschap en priesterschap een combinatie aangaan. Ps 2 en 110 verklaren elkaar over en weer.
Intieme communicatie Vader-Zoon; wij mogen meeluisteren!
5,10 God ontvangt en begroet zijn Zoon feestelijk met de erenaam hogepriester ala Melchisedek. Climax in de nieuwe info dat Jezus hogepriester naar de orde van Melchisedek is. Lofprijzing van engelen (hf.1) en nu ook van Zender. Aäron kan geen bron van eeuwige redding zijn als kwetsbare zondaar en sterfelijk mens, maar Christus wel.
 
Bespreking van Heb 7,1-28 Christus’ priesterschap op de wijze van Melchisedek
Kenmerk van Melchisedek: ambt met blijvende aanstelling. Voorafbeelding in Melchisedek, volle werkelijkheid in Christus.
7,1-3 Christus ontvangt een voorafspiegeling in Melchisedek
Melchisedek is priester voor altijd: die hoofdzin wordt toegelicht vanuit Genesis 14. Gestalte die priester én koning is.
7,2 naamsafleidingen ook op Jezus van toepassing
7,3 vader, moeder of stamboom in Genesis 14 niet vermeld. De Allerhoogste heeft hem het recht verleend om priester te zijn. Een priester moet zijn stamboom kunnen tonen. Tijdloze gestalte met blijvende aanstelling kan type zijn van het blijvende priesterschap van Jezus. Aan de Zoon van God gelijkgemaakt, nl door de Schrift. Priester voor altijd, treedt nooit af. Levitische priesters komen en gaan, maar een priester op de wijze van Melchisedek blijft aan. Tekening van Melchisedek wordt een lofprijzing op Jezus, de nieuwe Melchisedek.
 
7,4-10 Melchisedek is de meerdere van vader Abraham en van Levi
7,4 Hoe groot is Hij: Abraham gaf hem een tiende van de buit
7,5-10 Melchisedek de meerdere van Abraham en Levi; sterfelijke mensen tegenover iemand die leeft. De stamvader van het levitische priesterschap Levi heeft via Abraham tienden betaald aan Melchisedek en hem als meerdere erkend.
 
7,11-19 De orde van Melchisedek is volmaakter dan de orde van Aäron
7,11 Waarom een nieuwe Melchisedek? Deze vraag legt de zwakte van het levitische priesterschap bloot: het levert geen volmaaktheid op. Psalm 110,4 spreekt over de aanstelling van een nieuwe priester. Dit bewijst dat het priesterschap van de oude orde ontoereikend is.
7,13 deze nieuwe priester als Melchisedek onderscheidt zich van de priester als Aäron. Onze Heer stamt uit Juda, een stam die van de priesterdienst is uitgesloten (7,14). Deze nieuwe priester is priester geworden niet krachtens wettelijk vereiste afstamming, maar krachtens zijn onvergankelijk leven (7,15-16). Na zijn opstanding leeft Jezus Christus eeuwig in de hemelse wereld van God. Zijn priesterschap is onoverdraagbaar terwijl levitische priesters opvolgers kennen.
7,17 laatste vermelding van Melchisedek: citaat van Ps.110,4
7,18 Het oude voorschrift over de vereiste afstamming van priesters wordt terzijde gesteld. Tegenover de claim uit het joodse kamp “wij hebben de hogepriester in de lijn van Aäron” kunnen de Hebreeën zeggen: “wij hebben de in Psalm 110 beloofde nieuwe priester, de nieuwe Melchisedek”!
 
7,20-22 de aanstelling tot dit priesterschap is bekrachtigd met een eed
Levitische priesters ontvingen hun ambt zonder bijzondere bekrachtiging onder ede. De nieuwe Melchisedek heeft die bekrachtiging met een eed wel ontvangen. Het nieuwe priesterschap van Jezus kent geen aanstelling op grond van een genealogie, maar op grond van Gods spreken. Het Joodse kamp: “wij hebben priesters, aangesteld krachtens de wet”. Hebreeën daartegenover: “wij hebben een hogepriester, aangesteld met een eed van God”.
 
7,23-25 De priester met blijvende aanstelling heeft geen opvolger nodig.
Vanaf Aäron een successie van hogepriesters, Jezus blijft permanent aan, is priester zonder opvolger. Eeuwig leven garandeert ook permanente voorbede. Vader luistert naar het pleidooi dat zijn Zoon rechts van Hem op zijn hart heeft.
 
7,26-28 Hogepriester Jezus is volmaakter dan de Levitische priesters
26 volkomen zondeloos itt zondigheid van aardse priesters
27 hoeft geen offers voor zichzelf te brengen als hogepriester op Grote verzoendag. Geen offer voor zichzelf, maar zichzelf als offer
 
Heb 7 bewijst uit Ps 110,4 het eeuwige en effectieve priesterschap van Christus, van wie Melchisedek een type is.
Presentatie van Jezus als nieuwe Melchisedek is theologische prestatie van de auteur. Petrus haalt Ps 110,1 aan in Hnd.2,34-35; Stefanus in Hnd.7,56; Paulus in Rom.8,34; 1 Kor.15,25-27; Ef.1,20-22; Petrus in 1 Pe.3,22.
De schrijver benut naast 110,1 ook 110,4. Psalm 110,4 David grijpt terug op openbaring over Gods eed. God gaat zelf terug naar Genesis 14. David heeft nagedacht over die mysterieuze voorganger die besefte dat een koning ook priester moet zijn. De schrijver is gefascineerd door Psalm 110: de Zoon van God is de koning aan Gods rechterhand en tegelijk de priester die met offer en voorbede vrede bewerkt. Bedenk dat David de belofte had gekregen dat een zoon van hem eeuwig de troon zou bezitten.
 
Steekje onder water: een priester-koning zonder geslachtsregister. Het joodse kamp: wij hebben de stad waarvan Melchisedek de eerste koning was; wij hebben de hogepriester; wij hebben Abraham als aartsvader. Antwoord: wij hebben een nieuwe Melchisedek als hogepriester en Melchisedek was de meerdere van Abraham!

Afdrukken