1.1 Over het historische begin van de mensheid bij Adam

Uit één mens schiep de Here God alle volken en door één mens verlost Hij ook al die volken nadat de mensheid in zonde is verdwaald. Daarom zijn christenen wel heel nonchalant bezig wanneer zij hun geloof in De zoon van de mens willen combineren met geloof in de evolutie van de mensheid zonder één Adam als hoofd van de mensheid. De bijbel begint te vertellen bij Genesis en niet bij Matteüs! Evolutiegeloof kan niet samengaan met het evangelie. De mensheid zou uit de lucht zijn komen vallen door evolutie en Christus zou dan door voorzienigheid uit de hemel komen om die mensheid te verlossen? We moeten niet proberen het onverbindbare met elkaar te verzoenen: we moeten een keuze maken. Hoe volledig geloven we Gods openbaring?
 
Bij het nalezen van mijn aantekeningen van gisteravond (29-09) blijf ik 'haken' bij uw (terechte) opmerking over het historisch lezen van (bijv) Gen.1-3. Ik ben het helemaal met u eens dat het christelijk geloof 'grond' onder de voeten moet hebben, omdat, (bijv.) voor je het weet, bij een dominee uitkomt die de historiciteit van Jezus ontkent! Nu mijn vraag: zou u kort kunnen schetsen hoe u Gen.1-3 'historisch' leest?
Deze algemene navraag kan ik op twee manieren beantwoorden, heel kort of zeer uitvoerig. Ik moet wel kiezen voor het eerste. Ik lees Genesis 1-3 onbevangen en word daarin bevestigd doordat de rest van de bijbel dat ook doet. Ik hoor in het vierde gebod de echo: `want in zes dagen schiep de Here de hemel en de aarde en op de zevende dag rustte Hij’. Ik hoor ook in het Nieuwe Testament de echo: de zondeval door de ene mens Adam, hoe Eva verleid werd enz. Mijn onbevangen lezen blijkt te passen bij hoe de Here verder spreekt door apostelen en profeten. Kan ik daarmee antwoord geven op alle vragen die je kunt verzinnen bij Genesis 1-3? Vast niet. Maar ik zou wel een tegenvraag willen stellen: waaruit komen al die kritische vragen bij Genesis 1-3 voort? Uit liefde voor de waarheid of uit onwil om zich gewonnen te geven aan wat er staat omdat het veel te gewoon lijkt. Maar stel je eens een tegenvraag: welk scheppingsverhaal zou de mens wél aanstaan? Wie voor zijn Schepper niet wil zwijgen, zal nooit tevreden zijn te stellen.

Wat maakt het zo belangrijk (toen voor de eerste hoorders én nu voor ons als gelovigen) dat Jezus de zoon van de mens, van Adam, is? Is dat om aan te geven dat Hij de werkelijke mens is, de uiteindelijk door God bedoelde mens is, en daarmee de nieuwe schepping?
Deze vraag geeft eigenlijk ook al het antwoord. Ik maak alleen nog een kanttekening bij de uitdrukking `wat maakt het zo belangrijk’. Ik proef in die vrij gangbare term (ook al bedoelde de vraagsteller dit helemaal niet zo) dat je het misschien ook niet zo belangrijk zou kunnen vinden. En eigenlijk vind ik de term `(on)belangrijk’ een term die ons wat wordt opgedrongen door kritiek. Want waarom moet ik in de bijbel onderscheiden tussen dingen die belangrijk zijn en dingen die dat niet zijn? Voor ons is alles wat de HERE ons wil zeggen belangrijk. Om allerlei redenen. Om iets te weten, om getroost te worden, om verbanden te zien, om bescheiden te blijven, om deugden te ontwikkelen enz. enz. Eigenlijk is de kernvraag niet of iets in de bijbel belangrijk is, maar op welke manier het voor ons belangrijk is. Zoals Paulus schrijft in Romeinen 15,4-6:
4 Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. 5 Moge God, die ons doet volharden en ons troost geeft, u de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt. 6 Dan zult u eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus.
 
In de NBG51-vertaling wordt niet de naam van Adam genoemd, maar staat er 'mens'. Adam betekent 'mens' of 'de eerste mens'. En Maninne betekent 'vrouw'. Het woord mens en vrouw kan toch ook een algemeenheid aanduiden waarbij in de vertalingen Adam en Maninne eigennamen zijn geworden zoals wij ze nu kennen. Op welke manier kan uit de tekst verstaan worden dat mens en vrouw daadwerkelijk 2 historische personen waren?
Dat man en vrouw daadwerkelijk 2 historische personen waren, blijkt uit het hele scheppingsverhaal en niet allereerst uit de woorden die worden gebruikt (mens/Adam). Want hoe je die woorden ook vertaalt, er blijft altijd een verhaal over dat de schepping van de mens en zijn vrouw vertelt. Een geschiedenis die later ook in de bijbel wordt voorondersteld. Daarom verhindert het gehele verhaal om de woorden `mens’ of `vrouw’ te zien als een algemeenheid.
In de NBV vinden we in Genesis 1-3 niet de naam Adam, maar altijd de aanduiding `de mens’. In de Herziene Statenvertaling vinden we al vanaf 2,19 de naam Adam. Daarbij zet deze vertaling de volgende voetnoot:  `Adam: volgens Griekse vertaling; Hebreeuws: de mens’. Het is niet zo vreemd dat ha-adam (de mens) ook een eigennaam werd voor de eerste mens (Adam). Dit gebeurt in het Hebreeuws voor het eerst in Genesis 4,25 (zo ook NBV). Voor de vraag of Genesis 1-3 gaat over de schepping van de eerste mens die de vader werd van de mensheid, maakt dit allemaal niets uit. Het zou toch wel heel vreemd zijn om in Genesis 2,18 (`Het is niet goed dat de mens alleen is’) te denken aan de mensheid als een grote mannengemeenschap zonder enige vrouw!

Nog een andere opmerking of vraag n.a.v. uw uitspraken: ‘de menselijke namen zijn verankerd in de geschiedenis van Adam en Eva’ Met onze eigen kortzichtige conclusies mogen wij Gods werk niet opzij zetten.’ Mijn gedachten gingen direct naar het boekje van Corien Oranje en Cees Dekker. Alstublieft, kunt u deze uitleg (ook het vervolg dat we onze wortels niet mogen lossnijden van de vruchten. Dat er één oorsprong is… enz.) niet in een literair blad dat dit boek bespreekt, of in het ND, of in… plaatsen? Misschien is dit ook al gebeurd.
In het algemeen heb ik over de vragen rond wetenschap en geloof (zien en niet zien) een bijdrage gegeven die is te vinden op deze site, in de afdeling Kroongetuigen, menu Bijlagen: Zien en niet zien.

Afdrukken