banner algemeen

5.1 HEILIGE EVANGELIËN in een onheilige wereld


*
 
(Lezing, gehouden in de Eben Haëzerkerk te Apeldoorn (21 september 2016). Het thema was: `De evangeliën als stem en portret van Christus’. Dit thema leidde tot deze lezing over Heilige evangeliën in een onheilige wereld).
 
*
 
VIER BOEKEN: ÉÉN EVANGELIE!
 
(Vier boeken)
Vier boeken zijn ons geschonken. De vier evangeliën naar Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Boeken over de komst van Gods Zoon in onze mensheid. Geschreven door apostelen of hun volgelingen.
 
Het zijn vier poorten naar één evangelie. Oorspronkelijk gebruikten de christenen het woord evangelie alleen in het enkelvoud: de éne Blijde Boodschap over het Woord dat mens is geworden en onder ons heeft gewoond. Naar dit éne evangelie zijn later ook de boeken genoemd die het beschrijven.  Zo kwam het meervoud in gebruik: evangeliën! Vier poorten die binnenleiden in hetzelfde heiligdom!
 
Binnen deze poorten gaan we de stem horen van de Heilige die deze wereld voorgoed zal verlossen en we gaan Hem aanschouwen die de verwachting van alle voorgaande eeuwen komt vervullen.
 
Er zijn geen andere poorten dan deze. Het is in de hele wereld aan geen wijze of filosoof ooit bekend gemaakt of door hen bedacht wat ons wordt toevertrouwd in deze boeken. Zij ontsluiten het eeuwenlang verborgen gehouden geheim en doen het oplichten in de duisternis van deze aarde.
 
*
 
(Vier wielen met vier gezichten)
In de Oude Kerk dacht men bij de vier evangeliën aan het goddelijk troonvisioen van Ezechiël 1. Daar ziet de profeet de troon van de Almachtige, gedragen door vier levende wielen. Zoals die wielen de troon door de wereld dragen, zo dragen de vier evangeliën het evangelie van Gods Zoon over de aarde.
 
De vier gezichten in de wielen herkende men in de vier evangeliën. Zij laten ons de gezichten zien van een mens, een leeuw, een adelaar en een rund. Gezichten die wereldwijd zijn uitgesneden op preekstoelen in kathedralen. Samen laten die vier gezichten ons het portret zien van de Gezalfde van God. Hij is een mens (Matteüs), de leeuw vanaf het begin van de wereld (Johannes), de adelaar die de wereld binnenzweeft (Marcus), het offerdier dat geslacht wordt voor de zonden van de wereld (Lucas).
Onder invloed van Augustinus worden de dieren later ook wel anders toegedeeld aan de evangelisten, nl. leeuw (Matteüs); mens (Marcus); rund (Lucas); adelaar (Johannes).
 
*
(Eén geheim)
Naar dit gezicht verlangden de engelen boven het verzoendeksel en de profeten probeerden het te ontwaren bij het doorvorsen van wat hun als profetie werd geopenbaard (1 Pe.1,10-12). Pas in Betlehem en op Golgota werd het zichtbaar. Achter de voorhangsels van de vier evangeliën mogen wij dit stralend gezicht aanschouwen. Zoals Petrus en Johannes en Jakobus zijn gestalte hemels zagen oplichten op de berg van de verheerlijking.
 
Pas aan het einde van de tijden werd Gods glorie zichtbaar in Hem die zich vernederde en die verhoogd is voor eeuwig. Tot die tijd was het geheim verborgen in God. Al van voor de grondlegging van deze wereld (Efeziërs 1,3-14).
 
Vandaar dat de engelen in grote menigten in Efrata’s veld de overwinningsroep juichten: Ere zij God in de hemelen!
 
En vandaar dat Johannes op Patmos als dood neerviel voor de glorie van Deze Mens Jezus Christus.
 
Vandaar dat de sterren zullen vallen en de zon zal verbleken wanneer Hij verschijnt op zijn grote dag.
 
Kom en hoor en zie zijn stem en zijn portret in vier evangelieboeken. Het zijn nederige poorten, gemaakt van papier en inkt. Maar wanneer je buigt om binnen te gaan, zie je het Licht van de wereld.
 
Geen wonder dat in de liturgie van de orthodoxe en katholieke kerken de priester het evangelieboek kust! Het is de akker waarin de grootste Schat verborgen ligt.
 
*
 
(Het grootste Wereldnieuws)
Wat mogen wij wel niet verwachten nu deze boeken zijn uitgekomen? Wat ligt er meer voor de hand dan dat de volken uitbreken in gejuich en dat alle mensen samenstromen om de schat in deze akker te ontvangen! Groter wereldnieuws bestaat er niet dan de komst van Gods Zoon als Redder van de kosmos.
 
Met trillende handen openen mensen deze boeken: het licht gaat over ons stralen! In dit licht zien wij Het Licht.
 
Daarvoor schreven de evangelisten deze boeken ook. Johannes zegt dat hij geschreven heeft `opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven het leven zult hebben in zijn Naam’ (20,31). En Lucas wil de hooggeleerde Teofilus `overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin hij onderricht is’ (Lc.1,4).
 
Eindelijk ontvangt de wereld het Leven! Wie de evangeliën binnenkomt, vindt Hem die voor ons allemaal de Weg, de Waarheid en het Leven is. Deze evangeliën mogen het Centrum van de wereld worden.
 

VIER BOEKEN: ÉÉN TEGENSTANDER
 
Wanneer dit goed tot ons is doorgedrongen en een diepe vreugde van geloof ons vervult, dan gaat ons opvallen dat er iets heel schokkends aan de hand is rond deze evangeliën. Iets waaraan we misschien helaas gewend zijn geraakt, maar dat hoogst verontrustend is.
 
Het schokkende is, dat deze evangeliën niet het middelpunt van de mensheid zijn geworden en dat de volken niet samenstromen om door deze vier poorten binnen te gaan in het heiligdom van Gods Zoon. Dat zou normaal zijn. Wat nu normaal lijkt, is niet normaal. Het is heel abnormaal dat grote delen van de mensheid met de rug naar de evangeliën leven en ook geen behoefte hebben daar binnen te gaan. Dit behoort iedere christen te schokken.
 
Hoe kan het dat de wegen naar de schatkamer voor de mensheid bijna leeg blijven?
 
Het moet nu wel tot ons doordringen hoe waar het is wat de Meester zelf al heeft gezegd: Er is een tegenstander die alles op alles zal zetten om deze evangeliën verdacht te maken en om de mensen af te houden van de smalle weg die naar de Werkelijkheid van God leidt.
 
De Koning in de hemel heeft op aarde nog een tegenstander: de satan, de leugenaar, de misleider. Op vele en soms subtiele manieren barricadeert hij de vier poorten naar het heiligdom. Wanneer de mensen die poorten leren minachten, zullen ze niet binnengaan en het Licht niet zien.
 
Deze werkelijkheid betekent voor ons dat we de evangeliën niet zorgeloos en zonder waakzaamheid kunnen gaan lezen. Wees niet naïef alsof deze vier boeken onaangevochten te raadplegen zijn.
 
*
 
(Draag een schild om de pijlen te doven)
Wanneer Paulus in zijn brief aan de Efeziërs (hoofdstuk 6) schrijft over `de inzet voor het evangelie van de vrede’ dan geeft hij ook als aanbeveling dat we bovenal een schild zullen dragen `waarmee we alle vurige pijlen van de boze zullen kunnen uitblussen’ (6,16).
 
Deze brandende pijlen van de boze hebben zich vanaf het begin ook gericht op de vier poorten van het heil. En wanneer we ons die pijlen niet van het lijf houden door het schild van het geloof, zullen we niet veilig zijn bij het lezen van de evangeliën. We zullen doof worden voor de stem en blind voor het gezicht van de Heilige Zoon van God.
 
Laat ik drie voorbeelden geven van vijandelijke aanvallen waarmee je te maken krijgt wanneer je de poorten van de evangeliën wilt binnengaan. Aanvallen die erom vragen dat je een schild bij je hebt.
 
1. Je wilt de evangeliën binnengaan omdat ze de boeken zijn van oor- en ooggetuigen.
 
Van alle kanten worden nu pijlen op je afgeschoten. Met een beroep op de moderne nieuwtestamentische wetenschap wordt je verteld dat de evangeliën vrome boeken zijn die grotendeels ontstaan zijn vanuit het geloof van de oudste christenen, maar die absoluut niet de geschiedenis beschrijven zoals die gebeurd zou zijn. Het gaat er om wat mensen wilden geloven van Jezus, niet wie Hij was. Jezus was een rolmodel, maar zeker niet de Zoon van God zoals men later is gaan denken.
 
Neem op dit moment je schild. Lees boven de evangeliën de namen van oor- en ooggetuigen. Matteüs en Johannes: apostelen. Marcus, de zegsman van apostel Petrus. En Lucas die alles zelf als historicus is nagegaan. Weet dat deze namen in alle handschriften, ook de alleroudste, boven de boeken staan. Laat je niet bang maken. Deze mensen wisten waarover zij schreven. Vertrouw hun woorden! Weer de vurige pijlen af en ga rustig binnen bij deze apostolische boeken.
 
2. Je wilt de vier evangeliën binnengaan om viervoudig bevestigd te worden in je geloof
 
Van alle kanten worden nu opnieuw pijlen op je afgeschoten. De vier evangeliën vertonen allerlei tegenstrijdigheden in hun beschrijvingen. Ze hebben heel eigen geheime bedoelingen. Je kunt ze niet serieus nemen als getuigen.
 
Neem op dit moment je schild. Is er één evangelie dat niet de godheid van Jezus erkent en beschrijft? Is er één evangelie dat de apostelen voorstelt als mensen die het zelf allemaal bedacht hebben en wilden? Is er één evangelie dat de opstanding ontkent? Soms zijn details niet helemaal duidelijk. Bijvoorbeeld of er op een goed moment 1 of 2 blinden genezen werden. Of welke profeet precies geciteerd wordt bij een bepaalde gelegenheid. Jammer dat we dit niet altijd precies op scherp krijgen. Maar niet één evangelist zegt dat een blinde niet genezen werd en niet één evangelist ontkent dat de profeten vervuld werden. Laat je niet bang maken, weer de vurige pijlen af, lees vertrouwend en je zult rijk beloond worden.
 
3. Je wilt de vier evangeliën binnengaan omdat zij samen de enige poorten zijn
 
Ook nu worden van alle kanten pijlen op je afgeschoten. Er zijn immers nog méér evangeliën, zoals het evangelie van Tomas. Waarom zou je de bekende vier geloven: misschien heeft de kerk die wel naar voren geschoven om andere meningen en stromingen de mond te snoeren.
 
Neem opnieuw je schild. Is er naast de vier bekende evangeliën ook maar één ander evangelie uit de eerste eeuw bekend? Waarom zocht men in de tweede eeuw naar verklaringen uit het Oude Testament voor dit viertal? Zoals met het beeld van de vier wielen en van de vier gezichten. Waarom waarschuwen kerkelijke schrijvers voor latere, fantasierijke evangeliën die deze naam niet verdienen? Waarom maakte Tatianus in de tweede eeuw zijn Diatessaron: een samensmelting van de inhoud van vier evangeliën en niet meer! Laat je niet bang maken, lees vertrouwend en je zult beloond en beschermd worden.
 
Lezen in de loopgraaf
 
Het zijn drie voorbeelden. Ze zijn zinvol in deze tijd van mondiale uitwisseling van boekjes en internet-informatie. We moeten op onze hoede zijn en niet argeloos alles opnemen wat links en rechts te vinden is en beweerd wordt. Wees bedacht op het feit dat de evangeliën onder vuur liggen. En heb vooral het schild van het geloof aan de linkerarm!
 

EÉN EVANGELIE: OPEN MIJN OGEN!
 
Zullen we nu stem en gelaat van de Heilige in de evangeliën horen en zien wanneer we maar de pijlen van de boze afweren? Zijn wij van onszelf de geschikte mensen om Hem te horen en te zien? Of hebben we niet alleen te maken met bestrijding van buitenaf, maar ook met een probleem in onszelf?
 
*
 
(Apostelen als leerlingen van de Vader)
Wanneer we de evangeliën lezen, kunnen we gewaar worden dat zelfs de welwillende apostelen niet zonder meer open stonden voor de stem en het gezicht van Gods Zoon. Zij moesten bekeerd worden om Hem werkelijk te aanschouwen en te aanbidden.
 
Het evangelie verschijnt niet alleen in een wereld waarin mensen de duisternis liever hebben dan het licht. Het verschijnt in een wereld van blinden die niet eens kúnnen zien uit zichzelf.
 
Hoe blind was Simon Petrus voor de aankondiging van het lijden: hij protesteerde ertegen en werd als een satan naar de achterhoede gestuurd.
 
Hoe blind bleven de leerlingen na de broodvermeerderingen voor de Almacht van de Meester. Hij moest tegen hen zeggen:  `Hoe is het mogelijk dat jullie Mij niet begrijpen?’ (Mt.16,5-12).
 
Hoe blind waren zij op de morgen van de verrijzenis, zodat de Heiland hun hun ongeloof en halsstarrigheid moest verwijten. De apostelen kregen te maken met levende getuigen die Hem gezien hadden na zijn opstanding, maar zij hielden zich doof voor dit evangelie (Mc.16,14). Wij hebben diezelfde getuigen op papier in de evangeliën: zou het ons vanzelf beter afgaan?
 
Wij stuiten hier niet op uitzonderingen, maar het leert ons wie we zijn wanneer we te maken krijgen met de stem en het gezicht van de Heilige op aarde.
 
*
 
(Wij kunnen alleen bij Hem komen als het ons door de Vader gegeven is)
De Heiland heeft daarover eens het volgende gezegd (Joh,6,60-65 HSV):
Velen dan van zijn discipelen die dit hoorden, zeiden: Dit woord is hard, wie kan het aanhoren? Maar omdat Jezus bij zichzelf wist dat zijn discipelen daarover morden, zei Hij tegen hen: Neemt u hier aanstoot aan? En als u de Zoon des mensen nu eens zou zien opvaren naar de plaats waar Hij eerder was? De Geest is het die levend maakt, het vlees heeft geen enkel nut. De woorden die Ik tot u spreek, zijn geest en leven. Maar er zijn sommigen onder u die niet geloven. (Want Jezus wist van het begin af wie het waren die niet geloofden, en wie het was die Hem zou verraden). En Hij zei: Daarom heb Ik u gezegd dat niemand tot Mij komen kan, tenzij het hem door mijn Vader gegeven is.
 
Alleen wanneer de Vader het ons geeft, zullen we tot Christus kunnen komen. Dit betekent dus dat de vier evangeliën wel de vier poorten zijn en dat ze wijd open staan, maar dat we daarbinnen doof en blind zullen blijven wanneer ons hart en onze ogen niet geopend worden door de Vader en door zijn Geest.
 
Zoals reeds Psalm 119,18 bidt: Open mijn ogen en laat mij aanschouwen de wonderen van uw wet.
 
Met andere woorden: Zoals het binnengaan van de tempel vroeg om reinigingen, zo vraagt het binnengaan van de vier poorten van de heilige evangeliën om innerlijke reiniging en voorbereiding.
 
*
 
(Vier heilige poorten staan open: eerbied!)
In nieuwere Bijbelvertalingen kun je dit niet zo duidelijk zien, maar in de Herziene Statenvertaling staat het boven alle vier poorten: hier volgt niet zomaar een gewoon boek dat u kunt gaan lezen, maar hier treedt u een `heilig evangelie’ binnen!
 
Een heilig boek vraagt om eerbied, bescheidenheid en gebed.
 
- Eerbied. Dit is allereerst een grondhouding in ons hart: het ontzag voor de HERE, onze Schepper, de Almachtige. Bij deze grondhouding past een bepaald gedrag, dat uitkomt in onze aandacht, in ons taalgebruik en ook in onze lichaamshouding.
 
- Bescheidenheid. Ons spreken over de (inhoud van de) evangeliën en de manier waarop wij vragen stellen over deze boeken ademen, wanneer het goed is, terughoudendheid. Wij zijn niet de rechters over de evangeliën: zij zijn juist de poorten van genade voor schuldigen!
 
- Gebed. Zoals de Israëlieten in de tempel hun handen biddend omhoog hieven naar de hemel, zo mogen mensen, ook moderne mensen, in het heiligdom van deze evangeliën hun blik omhoog richten naar de hemelse Koning. Gebeden zijn hier de sleutels waarmee poorten geopend worden.
 
Hoe gemakkelijk lijdt deze houding tegenwoordig onder veel protestanten schade door oppervlakkig en oneerbiedig omgaan met de evangeliën en hun inhoud. In liturgieën is vaak weinig aandacht voor het respect dat de Bijbel met de evangeliën van ons vraagt in houding en gebaar. In het verwerken van de inhoud, lijkt het soms alsof je er alles mee kunt doen wat je wilt. Toneelspelletjes voor kinderen of voor grote mensen: de evangeliën als materiaal en stof. Maar dit past niet bij hun heiligheid. Je mag vrij rondkijken in deze boeken, maar niet zonder eerbied en schroom. Dan houd je je handen thuis en vouwt ze liever.
 
Eén van de liturgische gebeden bij de opening van het evangelieboek is het gebed van 27 december, het feest van de heilige apostel Johannes:

God, Gij hebt door de heilige apostel Johannes
de geheimen van uw Woord voor ons ontsloten.
Wij bidden U:
maak ons ontvankelijk om het mysterie te verstaan
waarvan hij de verkondiger hij uitstek is geweest.
Door Christus, onze Heer.
*
 
 

Afdrukken