12.0 Waarom is er onder christenen zo'n grote verdeeldheid over Israël?

Vraag

Ik ervaar, dat we hopeloos verdeeld zijn over het onderwerp Israël. Van uitersten als "Christenen voor Israel" tot theologen die (al dan niet via Sabeel) pleiten voor complete afbraak van de relatie "kerk en Israel".
En dit gebeurt allemaal met een beroep op de Bijbel, ieder met zijn/haar eigen uitleg.
Nu ben ik maar een leek maar wat ik niet begrijp, dat er dus vele theologen zijn, die hoewel zelfs soms binnen dezelfde kerken zo tegenstrijdige uitleg/opvattingen hebben.

Wanneer een kluwen hopeloos in de knoop is geraakt, is het al niet goed mogelijk om die knoop te beschrijven, laat staan die kluwen te ontwarren.

Dit geldt zeker voor wat men `het onderwerp Israël’ noemt. Het zou een illusie zijn, te denken dat hier nog helderheid en overeenstemming zouden zijn te bereiken.

Maar hoe komt dat eigenlijk? Waarom is deze kluwen zo onontwarbaar geworden?

Reeds het antwoord op deze vraag naar de oorzaak, moet heel samengesteld zijn. 1. Het onderwerp is diep existentieel voor vele Israëli’s en Palestijnen die zich politiek, economisch en sociaal in een onoplosbare spagaat-positie bevinden in het Nabije Oosten. 2. Velen die zich hiermee verbonden voelen – waar ook ter wereld en om welke reden ook – worden gedreven door affectie, liefde en emotie voor de ene of de andere partij. 3. De lange en bewogen geschiedenis van het Joodse volk kent steeds weer enerzijds de agressie van het antisemitisme en anderzijds de claims van een eeuwenoud verleden. 4. Christenen voelen zich historisch bij Israël betrokken en dit leidt nu eens tot afwijzing vanwege de ontstane breuk, dan weer tot voorkeur voor de geliefden om de vaderen. 5. Er zijn op grond van Openbaring 20 vele toekomstmodellen ontwikkeld waarin Israël bepalend is voor wat men verwacht voor de volken, de kerk en het beloofde land. Miljoenen christenen kijken vanuit die toekomstmodellen naar wat er gebeurt in het Nabije Oosten. En ze laten daardoor hun handelen bepalen.

Het zou niet moeilijk zijn om nog een lange reeks andere punten te noemen die bijdragen aan een antwoord op de vraag waarom de kluwen van het onderwerp Israël zo onontwarbaar is geworden.

*

Maar wat is de bedoeling van deze onoplosbaarheid? Waartoe zal dit leiden in onze geschiedenis en onder de volken? Het antwoord op die spannende vragen bevindt zich achter onze horizon. We zullen het ooit weten.

*

Een veel bescheidener vraag is, hoe de bijbel spreekt over Israël in het Oude en in het Nieuwe Verbond. Ook hier is reeds een kluwen van meningen ontstaan, maar hier hebben we de bijbelse teksten als norm. Op zijn minst kunnen we een deel van deze kluwen wel ontwarren, wanneer we ons tenminste voldoende kunnen losmaken van ingenomen posities, politieke voorkeuren, historische vooroordelen en theologische loopgraven.

1. In de bijbel is Israël van huis uit de geestelijke naam voor Jakob. Hij die als hielenpakker werd geboren, streed later als een gelovige met de HERE en mocht toen de naam Israël ontvangen. Dat was niet zijn natuurlijke naam, maar zijn nieuwe naam.

2. Hoewel al spoedig de groepsnaam Israëlieten werd gebruikt voor alle natuurlijke nakomelingen van Jakob, heeft de God van Israël toch steeds door Mozes en de profeten duidelijk gemaakt dat niet ras en afkomst beslissend zijn, maar geloof en gehoorzaamheid. Dit is bepalend geworden voor een lange volksgeschiedenis waarin de HERE God nooit de persoon aanzag van `het volk’ maar altijd op zoek was naar `de 7.000 die de knie voor Baal niet hadden gebogen’. Helaas hebben de Jakobieten, de nazaten van Jakob, maar al te vaak gedacht dat zij als Jakobieten aanspraak konden maken op Gods beloften en dus op de naam Israël. Velen hebben niet gehoord hoe de beloften gericht waren tot de gelovigen, tot de `kerk’ binnen het `volk’.

3. Juist omdat de God van Abraham, Izak en Jakob uit was op geloof en niet op ras, is het ook mogelijk dat het volk Israël altijd openstond voor alle volken: ieder die de naam van Israëls God kwam belijden, was welkom en werd ingelijfd.

4. Het Nieuwe Verbond betekende geen breuk met het Oude. Het was er de vervulling van. De Messias en zijn Geest maken mogelijk wat altijd al de bedoeling was: alle volken door geloof verenigd onder Israëls God. Het enige verschil is dat de inlijving nu niet meer een inlijving is in het volk, maar een inlijving in de gekomen Messias van dit volk. Het paspoort van de Koning maakt het paspoort van het volk overbodig. En de Geest die in harten schrijft, is krachtiger dan het volk dat als licht in de wereld vaak verduisterd werd door afval en zonde.

5. Het Israël binnen Jakob blijft ook in het Nieuwe Verbond voortbestaan door geloof (in Abrahams God en nu ook in Jezus Christus, de Meerdere van Abraham). En gelovigen uit de volken komen ook nu binnen bij dit voortgezette Israël, zij het niet meer via besnijdenis.

6. De landbelofte aan Abraham is voor hem altijd alleen maar louter belofte geweest, uitnodigend tot geloof. En het land is na de landinname onder Jozua nooit een verkregen recht geweest voor Jakobieten, maar het is altijd een belofte gebleven voor gelovige Israëlieten. Het land is de grootste tijd ook niet echt bezit geweest van het volk Israël. Toch blijkt de belofte niet vergeefs. Messias Jezus belooft dat zijn zachtmoedige volgelingen het land zullen erven. Genadig worden gelovigen (eerst de Jood en ook de Griek) de beloofde nieuwe aarde binnengeleid waar hun geloof vervuld zal zijn.

7. De naam Israël, het beloofde land, de stad Jeruzalem zijn opgenomen in de geloofsgeschiedenis van Abraham. Het is belangrijk ze niet te verwarren met hedendaagse gelijkluidende namen die los staan van die geloofsgeschiedenis.

*

Bovenstaande Bijbelse lijnen kunnen ons duidelijk maken dat het heftige pro en contra met betrekking tot de zogeheten vervangingstheologie de aandacht afleidt. Terwijl sommigen met kracht verdedigen dat de kerk van Christus een eind maakt aan de bijzondere betekenis van Israël, bepleiten anderen met evenveel overtuiging dat Israël een bijzondere voorrangspositie blijft behouden in het Nieuwe Verbond. Maar spreekt men dan wel met onderscheiding over Israël? Verwart men de natuurlijke Jakob niet met de gelovige en bekeerde Israël? En begrijpen we dan wel waarom Paulus in Romeinen 11 geen blauwdruk geeft van de toekomst van zijn volksgenoten maar zich voortbeweegt van oproep tot uitroep!

We moeten enerzijds met verdriet zeggen dat het ongelovige deel van Jakob wordt weggenomen uit Israël, totdat het zich bekeert. En we moeten anderzijds met verwondering zeggen dat zij die niet uit Jakob stammen toch door geloof in de Messias van Israël gerekend worden tot het uitverkoren volk van God, zolang zij in dat geloof volharden. Dit geeft ons moed om ook voor het afvallig deel van Jakob te bidden, opdat ook zij nog weer in genade mogen worden aangenomen door te erkennen: `Gezegend is Hij, die komt in de naam des Heren!’

We kunnen Gods doorgaande verkiezing en verwerping in deze tijd niet fixeren tot een moment van vervanging of afdanking. We kunnen ons niet verbergen in uitspraken over Israël. We worden, Jood en Griek, geroepen om persoonlijk de Messias uit Davids huis te beminnen en zijn toekomst voor zijn Israël te verwachten.

Omdat God de voorwerpen van zijn liefde en zorg niet `vervangt’ is de term `vervangingstheologie’ dan ook niet te aanvaarden. Bovendien vervangt het Nieuwe Verbond niet het Oude, maar het vervult dit Oude Verbond. Laten we hopen en bidden dat de verdeeldheid die er onder christenen heerst, wanneer het gaat over Israël, mag afnemen door een beter onderscheid tussen Jakob en Israël, tussen het hemels Jeruzalem en het Jeruzalem van beneden, tussen belofte en vervulling.

Afdrukken