d/ De tien geboden: GODS handschrift! (Over de voorlezing van de Sinaïwet)

In bijlage 05.1 (Sinaïwet en Bergrede) wordt verwezen naar onderstaande bijdrage. Hierin wordt naar aanleiding van vele vragen breder ingegaan op de tekst voor de voorlezing van de Tien Geboden in de eredienst.

 

De tien geboden die onze HERE God bij de Sinaï aan Israël gaf na de uitleiding uit Egypte, heeft Hij met eigen hand in steen geschreven. Het is een heilig en uniek document voor alle mensen. Mozes herinnert ons eraan: `De HEER heeft deze woorden – deze, en niet meer – tot u gesproken toen u daar bijeen was. Met een geweldig stemgeluid kondigde Hij op de berg zijn geboden af, vanuit vuur en dreigende, donkere wolken, en Hij schreef ze op twee stenen platen en gaf die aan mij’ (Deut,5,22).

Deze zogenoemde decaloog is ook in ere bij nieuwtestamentische gemeenten die vanuit de volken bij Israël worden ingelijfd door geloof in de Messias Jezus. Bekende manieren om de 10 Woorden onder de aandacht van de gelovigen te brengen, zijn bijvoorbeeld 1. De 10-geboden borden aan de kerkmuur; 2. De voorlezing van deze geboden in de eredienst; 3. De uitleg ervan in catechese en prediking.

In sommige kerken ontstaat sinds enige tijd een nieuwe gewoonte bij het voorlezen van de decaloog in de eredienst. Voorgangers vervangen de gegeven tekst soms of altijd door een eigen omschrijving en/of geven nadrukkelijk aan dat zij de wet willen lezen zoals die nu in Christus is vervuld.

In de gemeenten roept dit vragen op. Mag dit wel? Is dit nog wel wetsvoorlezing? Vragen die ook bij een cursus die helemaal niet over dit onderwerp gaat, zich niet laten onderdrukken. Sterker nog: rond het onderwerp `wet en Israël’ werden deze vragen door velen en van vele kanten gesteld.

Het antwoord erop kan kort zijn, maar moet toch lang worden. Laten we beginnen met het korte antwoord.

HET KORTE ANTWOORD

Voorlezing van de wet van de HERE met eigen woorden en omschrijving:

  1. Wordt met goede bedoelingen onvoldoende verantwoord
  2. Is in strijd met de rechten van de Auteur.
  3. Veroorzaakt schade voor de gemeente.


HET LANGERE ANTWOORD

Goede motieven

Voorlezing van de decaloog met veranderingen heeft meestal als doel de wet dicht bij de mensen te brengen. Precies het doel dat catechese en prediking ook op het oog hebben. De vraag is alleen of dat goede doel dit concrete middel heiligt.
 

Strijd met auteursrechten

Wie een tekst van een ander voorleest behoort die tekst voor te lezen zoals de auteur of wetgever die heeft geformuleerd. Dat geldt reeds onder de mensen, hoeveel te meer bij een eigenhandig document van onze God!

Maar is een vertaling ook al niet een verandering? Een vertaling probeert het origineel zo nauwkeurig mogelijk te benaderen (geen omschrijvingen of toepassingen). Bijbelvertalers besteden de hoogste zorg aan de vertaling van de (al lang bekende en in gebruik zijnde) decaloog. Dit geldt voor de Statenvertalers, maar ook voor bijvoorbeeld de Nieuwe Bijbelvertaling (2004). Er is een aparte commissie aan het werk geweest met de vertaling van de 10 geboden. Deze vertalingen zijn in veel kerken goedgekeurd. Het is de bedoeling dat wij ons nu met elkaar ook houden aan die vertalingen bij voorlezing en citeren, ook ter wille van goede communicatie met andere christenen en kerken.

Maar Mozes geeft in Deuteronomium 5 toch ook een wat andere formulering, met name in het sabbatsgebod? Dit is juist, maar niemand van ons is als Mozes op de berg geweest en heeft vertrouwelijke omgang met de HERE gehad als met een vriend. Wij staan allemaal slechts aan de voet van de Sinaï en zullen tevreden moeten zijn met Exodus 20 en Deuteronomium 5. Ook de apostelen citeren de geboden zoals ze gegeven zijn en omschrijven die niet wanneer ze citeren (Rom.13,9: ``Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: `Heb uw naaste lief als uzelf’’. Verg. Efeziërs 6,1-2; Jakobus 2,11).

Maar in de eredienst mogen we de wet toch naar de mensen toebrengen? Ja, daarom is het onder andere heel belangrijk dat we de tekst bekend houden (o.a. door regelmatige voorlezing en uitleg). Maar wanneer een voorganger de voorlezing van de wet inleidt met de mededeling `De HERE nu sprak’ dan is het moment aangebroken om de HERE ook zelf aan het woord te laten zonder aanpassingen of toevoegingen. Willen we zelf over de 10 geboden uitleg of omschrijving geven, dan moeten we dat ook inleiden met woorden als `Ik leg jullie uit wat de wet van ons vraagt’.
 

Schadelijk voor de gemeente

Het is schadelijk voor de gemeente wanneer zij geen onderscheid blijft maken tussen wat de HERE God zelf heeft gezegd en wat de voorganger in wijsheid daarvan als toepassing geeft. Om een voorbeeld te noemen: in sommige omschrijvingen van de decaloog wordt gezegd dat je niet mag samenwonen of met elkaar `naar bed gaan’ voor het huwelijk en dat we de zondag moeten heiligen. Dit kan vragen oproepen. Waar staat dit zo rechtstreeks in de bijbel? Zodra een jongere ontdekt dat dit eigenlijk niet zo letterlijk in de bijbel staat, ontstaat een vertrouwensbreuk! Wanneer in de 10 geboden zo duidelijk en kortweg de zondag werd genoemd, zou er nooit zoveel sabbatsstrijd zijn geweest. Kortom: het is onjuist om toepassingen aan de HERE God in de mond te leggen.

Het is ook schadelijk voor de gemeente wanneer zij vervreemdt van haar eigen geschiedenis. Sommige voorgangers storen zich aan de os en de ezel: noem liever de nieuwste smartphone of merkkleding, want dat is een stuk actueler! Nu is er natuurlijk niets op tegen om in de prediking de actuele verleidingen te noemen. Maar wanneer je die gebruikt als vervanging van de voorbeelden in de eeuwenoude decaloog, ga je een aantal dingen missen. 1. Os en ezel zijn levensbehoeften, de nieuwste smartphone en merkkleding niet. De voorganger zou kunnen wijzen op de diepgang van het gebod: wanneer je in een ontwikkelingsland zelfs in je essentiële levensbehoeften niet jaloers mag zijn maar tevreden moet zijn, hoeveel te meer behoren jullie als welvaartskinderen dankbaar en tevreden te zijn! 2. Os en ezel hoeven helemaal niet vervreemdend te zijn. Laten we maar beseffen dat de helft van de christenheid leeft met os en ezel. Trouwens, veel jeugd in de kerk kent de ezel van de kinderboerderij en rundvlees hebben ze allemaal in hun hamburger. We moeten onszelf geen vervreemding aanpraten. 3. Het is zeker waar dat de decaloog iets van de horizon heeft van een vroegere tijd, maar de kerk is toch ook een kerk die vergaderd wordt vanaf het begin van de wereld en via de tenten van Abraham! Trek de rolluiken van het eigen wereldje omhoog in de kerk en weet je verbonden met de Sinaï. Een gemeente zonder geschiedenisbesef schrompelt ineen.

Het lijkt mooi wanneer een voorganger zegt dat hij de 10 woorden nu zal gaan lezen zoals ze in Christus vervuld zijn, maar het heeft onbedoeld een schadelijk effect. Wanneer het gaat over Israël genezen protestanten geleidelijk van de vervangingstheologie, maar bij de wet komt nu een nieuwe vervangingstheorie naar voren. Alsof de decaloog op zichzelf iets is van vroeger, van Israël en van het oude verbond en alsof wij nu met een nieuwe situatie hebben te maken waarin we die wet alleen kunnen meenemen wanneer die getransformeerd wordt via Christus. De gemeente ziet dan niet meer de doorgaande lijn van de Schepper, maar dreigt te vervallen in een soort marcionitisme waarbij het Nieuwe Testament (gelukkig) geheel anders is dan het Oude en waar wet en genade bijna tegenover elkaar komen te staan. Waarom zou de decaloog niet meer gewoon voor zichzelf kunnen spreken? Dat doet zij bij de Heiland in de Bergrede en dat doet zij bij de apostelen. Zijn wij niet uit Egypte uitgeleid? Nee, dat waren alle generaties in Israël op één na ook niet. Maar het was wel hun geschiedenis! En is het nu niet meer de geschiedenis van de in Israël ingelijfde christenen uit de volken? Is hun Heiland niet als Gods Zoon uit Egypte geroepen! Het is waar: dit leeft niet erg voor de moderne gemeente. Zoals het ook niet erg leefde voor veel Israëlieten in het Oude Verbond. Leven in de geschiedenis van God: dat moet je leren door geloof! Daarom is het ook zo belangrijk dat je de wet voorleest zoals hij ons is gegeven. En leg het dan maar uit. Dat helpt ook om de psalmen weer lief te gaan krijgen: die zetten je ook onder de wijde hemel van de geschiedenis en bevrijden je van opsluiting in je eigen geloof en in je eigen tijd.

Tenslotte: ik weet niet of er verband is, maar het valt op dat de catechismusprediking van de 10 geboden (zo rond de plechtige viering van haar 450ste verjaardag) steeds minder voorkomt en dat gelijktijdig de voorlezing van die 10 geboden wordt omgebouwd tot een mini-uitleg. Zou het ook kunnen zijn dat de behoefte aan dergelijke mini-omschrijvingen weer zal gaan afnemen wanneer weer jaarlijks minstens 10 (!) preken worden besteed aan de uitleg van de 10 geboden voor jong en oud? Wat een kans om geschiedenis en heden te verbinden, op weg van Egypte naar het Beloofde Land!

Afdrukken